Lezing ter ere van Jean Lambrechts door Mathieu Vermeulen

Inleiding uitgesproken bij de onthulling van de plaquette van de Stichting Maastrichtse Componisten bij gelegenheid van de 80ste verjaardag van Jean Lambrechts, Maastricht, zondag 19 juni 2016

Beste vrienden en bekenden van Jean.

Een componist inleiden begint met veel luisteren naar zijn muziek. Ik heb de laatste tijd talrijke opnames beluisterd van de composities van Jean Lambrechts en werd getroffen door de veelzijdigheid van zijn klankenwereld. Als een kameleon trekt de componist telkens een nieuw jasje aan om de juiste muziek voor de juiste gelegenheid te maken. Van lichtvoetige chansonnesque melodieën en jazzy swingende muziek via filmmuziek, blazersmuziek, symfonisch werk, liederen, kamermuziek naar muziek voor koor voor kroeg en kathedraal. Geen genre blijft onbeproefd met uitzondering misschien van dat van de opera. Maar zoals Brahms al zei: “Lieber heiraten als eine Oper schreiben.” Keuzes maken is niet altijd even makkelijk in het leven.

Wat doet een inleider op de muziek? Valt er iets uit te leggen? Moet er iets uitgelegd worden? Is de muziek op zichzelf dan niet helder genoeg. Jean is zelf een befaamd en gewaardeerd inleider op muziek bij de concerten van ons symfonieorkest. Hij snapt vaak ook niet wat het publiek niet snapt aan de muziek van al die beroemde componisten. Die vertellen toch zo’n helder verhaal. En hoe moet je nu iets uitleggen in woorden over klanken? Dat is zoiets als iemand uitleggen hoe de kleur rood eruit ziet. Onbegonnen werk dus.

Mij is desondanks toch gevraagd om iets te zeggen over de muziek van Jean. Op het gevaar af dat de componist onderwijl heftig nee gaat schudden.

Waar kunnen we deze componist het beste mee vergelijken? Met een architect of een schilder of met een acteur of een cabaretier? Jean heeft van alles wel iets in zich.  En die combinatie levert zijn eigen herkenbare muzikale stijl op met zijn eigen joie-de-vivre.  Inderdaad, een levensvreugde op zijn Frans. De componist voelt zich een Europees burger met halteplekken in Tongeren, Luik, Brussel, Berlijn, Londen, Parijs en Maastricht. Zelf vergeleek hij zijn Europees burger zijn eens met de gestalte van een fictieve vrouw. Haar hoofd ligt ergens tussen Brussel en Amsterdam, haar lichaam in Frankrijk, haar hart in Parijs, haar beide benen zijn Spanje en Italië. Goed te weten dat de componist een componeerhuisje in de Dordogne heeft. Waar zich dat bevindt op de gestalte van de vrouw laat ik graag aan uw topografische kennis van Frankrijk over.

Jean is de man van de muzikale emotie en de schepper van sfeer. Hij heeft bijvoorbeeld bij rond de 200 natuurfilms van Maurice Nijsten de muziek geschreven. De gemiddelde naïeve kijker zal die perfect passende muziek waarschijnlijk niet eens zo opvallen. De wonderbaarlijke wereld van de natuur krijgt er door de immer speelse en sfeervolle muziek van de componist ongemerkt nog een dimensie bij.

Jean houdt er ook van klankkathedralen te bouwen. Muzikale architectuur in een grootschalige dimensie. Zijn symfonieën zijn breed opgezette klankschilderingen, waarbij aan de grote orkestbezettingen onvermoede kleuren ontlokt worden. Instrumentatie is voor hem de oneindige kleurdoos waarmee melodie, ritme en samenklank van het juiste perspectief worden voorzien.

Met groot gemak strooit hij wierook door het kerkgebouw of kwinkelerend engelengezang of feestelijk trompetgeschal. Zijn Cathédrales, een magistraal symfonisch orgelwerk , bedwelmt de luisteraar zo, dat deze de hardheid van de kerkbank zelfs na één uur muziek nog niet gevoeld heeft.

Muziek voor de kerk en muziek van het café. Jean voelt zich op beide plekken zeer thuis en kent de taal die daar gesproken wordt. Zou wijn daarin een verbindende rol van betekenis kunnen hebben? Ernst en lichtvoetigheid wisselen elkaar met speels gemak af in zijn componistenleven.

Die lichtvoetigheid brengt ons nog bij een andere karakteristiek van zijn muziek. Niets is zo moeilijk te realiseren in muziek als humor. Ooit een concertpubliek gezien dat dubbel ligt van het lachen bij een concert? Ik niet. Als je met Jean in gesprek raakt, krijg je binnen enkele zinnen een anekdote voorgeschoteld met een humoristische pointe. Dat is dan wel subtiele humor, de humor van de glimlach. Als ik naar de muziek van de componist luister, is die glimlach nooit ver weg. Hoe hij dat voor elkaar krijgt, is het geheim van de smid of in dit geval het geheim van de noten-acrobaat en goochelaar met instrumenten.

Naast de man van de instrumentale muziek voor alle mogelijke orkesten is Jean ook de toondichter, die zoals de naam zegt, tonen en gedichten bij elkaar brengt. Hij denkt in zingbare melodieën en in vocale klanken. Taal, tekst, poëzie en muziek komen bij elkaar in vanuit de menselijke stem gedachte lijnen. Als je zoveel jaren tussen acteurs in opleiding van de toneelacademie gewerkt hebt, kent de dictie van een tekst weinig geheimen meer voor je. Zingbare melodieën betekenen voor de uitvoerders echter niet altijd gemakkelijke melodieën. De componist houdt van de lichtheid en helderheid van hoge stemmen, die hij liefst nog een toontje hoger zou laten zingen.

En dan zijn we bij de koren in diverse maten en soorten. Hoeveel koren heeft hij niet gehoord tijdens zijn leven als jurylid bij concoursen en tijdens concerten. Als dirigent van meerdere mannenkoren weet hij precies waar de schoen wringt. De scholing van de gemiddelde koorzanger staat helaas op een veel lager plan dan die van een vergelijkbare instrumentalist. Daar is nog werk aan de winkel in het onderwijs. De kunst van de componist, bewerker en dirigent Jean Lambrechts bestaat eruit met de middelen die ter beschikking staan toch het beste klankresultaat tevoorschijn te toveren.

Veel bewondering voor je missie om zo’n rijk oeuvre voor gemengd koor,  mannenkoor en vrouwenkoor te componeren en te bewerken. De grote koorwerken hebben de allure van  symphonies chantées, een genre waarin je leermeester André Jolivet je de weg gewezen heeft. Goede uitvoeringen van je pareltjes voor vrouwenkoor verschaffen je ongetwijfeld zowel muzikaal als visueel veel levensvreugde.

Tijd om stil te staan bij het heden. De componist Lambrechts kan niet zonder componeren. De muziek houdt voor hem nooit op. Een componist gaat nooit met pensioen. De belangrijkste partituur is die, die je nu aan het schrijven bent. Als de nieuwe opdrachten niet meer van anderen komen, dan komen ze wel van jezelf. Zodra je een melodie op papier hebt staan, zou je hem het liefst meteen instrumenteren voor groot orkest.

Tot besluit nog een blik in de toekomst. 80 jaar is een mooie gelegenheid om terug te kijken op een rijk leven. Op 2 oktober gaan we dat samen met heel veel musici doen in een muzikale hommage die een dwarsdoorsnede geeft van het rijke oeuvre. Die datum mag vanaf nu in een ieders agenda genoteerd worden.

Zeker niet bij toeval eindigt de driedelige cd-bloemlezing, uitgegeven bij de 65e verjaardag van de componist met het vrouwenkoorwerk All is Well op de prachtige tekst van Henry Scott Holland. De eerste regels daarvan luiden: Death is nothing at all. I have only slipped away into the next room.

Met een dergelijke onbezorgdheid kun je zelfs de meest ernstige zaken in het leven van een glimlach voorzien. De componist herhaalt de tekst Death is nothing at all niet zonder reden meerdere malen in de compositie.

 

Jean, we wensen je nog vele jaren in goede gezondheid voorzien van een onuitputtelijke muzikale creativiteit.
© Mathieu Vermeulen juni 2016