Programmaboekje Concert Jo van den Booren

Programma

Serenade voor piano op. 134 (2004)

  • Prelude
  • Play with Repetitions
  • Hurry up
  • Tranquil and Tender
  • Playfully
  • Walking

Kasper Schonewille piano

Voor Sophie op. 107 (1997) voor viool en soundtracks

Borika van den Booren viool

Sonate Soiron op. 183 (2015) voor cello en piano

Doris Hochscheid violoncello |Frans van Ruth piano

 pauze

Divine love op. 95 (2005) voor sopraan en piano

  • Lament
  • All roads clogged

Claudia Couwenbergh sopraan |Frans van Ruth piano

Meine Mutter op. 185 (2017) voor sopraan, cello en piano

Claudia Couwenbergh sopraan | Doris Hochscheid violoncello |

Frans van Ruth piano

Sonate No. 2 voor viool en piano op. 83 (1992)

  • Andante
  • Scherzo
  • Adagio
  • Rondo

Borika van den Booren viool | Frans van Ruth piano

Aansluitend

Plaquette onthulling 16.45 uur

Café Den Dolhaart, Mergelweg 332, Maastricht

Jo van den Booren

De Stichting Maastrichtse Componisten brengt vandaag een eerbetoon aan de Maastrichtse componist Jo van den Booren. Uit zijn rijke oeuvre van de laatste vijfentwintig jaar heeft de componist zelf een keuze gemaakt voor dit concert met kamermuziek voor viool, cello, sopraan en piano in diverse combinaties.

Voor Van den Booren is het concert van bijzondere betekenis: ‘Ik heb 41 jaar in het Brabants Orkest gespeeld als trompettist. Ik ben nu ruim vijftien jaar gepensioneerd en woon weer in mijn geboorteplaats Maastricht. Dit concert is een gelegenheid om terug te kijken op de mooie dingen die er allemaal geweest zijn. Naast mijn inspanningen als orkestmusicus heb ik steeds mijn innerlijke drang gevolgd om te componeren. De tijd, en zeker ook mijn tijd, loopt zo tussen onze vingers weg. Met muziek verdelen we tijd en kan ik mijn eigen accenten op die tijd leggen.’

Jo van den Booren

Jo van den Booren werd geboren in Maastricht in 1935. Hij studeerde trompet in Maastricht aan het muzieklyceum bij Hubert Cardous en in Amsterdam bij Marinus Komst. Hij werkte vanaf 1953 als trompettist gedurende 41 jaar in het Brabants Orkest. Als componist volgde hij les bij Antoon Maessen, Louis Toebosch, Ton de Leeuw, Kees van Baaren en Klaus Huber (Basel).

Van den Booren was een van de oprichters van de stichting Resonans en het Resonans Koperkwintet voor uitvoeringen van hedendaagse muziek. Hij dirigeerde een aantal van zijn werken in uitvoeringen met het Brabants Orkest. Zijn werken werden tijdens zes achtereenvolgende jaren geselecteerd tijdens de internationale Gaudeamus Muziekweken.

Van den Booren schreef komische opera’s, 10 symfonieën, complexe twaalftoons-composities, muziek bij zwijgende films en een groot aantal kamermuziekwerken. In 1986 verwierf hij de Visser Neerlandiaprijs voor zijn hobokwartet Estremi. In 1989 werd hem de Noord-Brabantse Cultuurprijs toegekend voor zijn gehele oeuvre en in 1994 kreeg hij de koninklijke onderscheiding Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

 

 Muzikale stijl

Het serialisme speelde in de jaren ‘60-‘70 een belangrijke rol in de composities van Van den Booren. Dit serialisme – een muzikaal constructieprincipe waarbij o.a. toonhoogte, toonduur en dynamiek via een serie waarden geordend worden – is voor hem nu een gepasseerd stadium. ‘De traditie vormt de onmisbare basis voor onverschillig welke muziekvinder, en ook het serialisme maakt nu van de traditie deel uit. En de traditie heeft keer op keer aangetoond dat het telkens opnieuw draait om het jezelf opleggen van beperkingen, beperkingen die op hun beurt deuren openen voor ongekende vergezichten. Het is met het componeren als met de mystiek: je moet een techniek hebben om de oneindigheid te benaderen. Ontbreekt die techniek, dan verzuip je, ben je verloren.’

Modaliteit

De echte omslag in het werk van Van den Booren kwam halverwege de jaren ‘90. Gebruik van kerktoonladders en modi gaat steeds meer een rol spelen. ‘Ik zeg opzettelijk kerktoonladders, want mijn muziek is niet tonaal, berust niet op de klassieke tonale harmonische functies. Mijn samenklanken komen via de beweging van melodische lijnen tot stand, waardoor er dus ook een andere dan de klassiek-harmonische samenhang tussen de diverse akkoorden wordt geschapen. Het zich baseren op de toonladder – waarvan ingrediënten uit twaalftoonsreeksen worden gedestilleerd, maar dat is een ander verhaal – waarin specifieke kerntonen als spil fungeren binnen een zich telkens wijzigend melodisch en harmonisch landschap, dat is waar mijn modaliteit op stoelt.’ De componist is en blijft daarbij zichzelf. ‘Ik ervaar deze heroriëntatie dan ook als alles behalve een concessie in de richting van het publiek. Al componerende denk je hoegenaamd niet in dat soort termen. Als ik schrijf komt mijn eigen gevoelswereld naar voren. Dat zie ik als dé uitdaging voor een componist, het creëren van Schoonheid teneinde de mens met zichzelf en zodoende ook met het hogere, om het even hoe men dit ook wenst te formuleren, te verbinden.’

 

 Originaliteit

‘Een drang tot originaliteit heb ik nooit gehad. Ik kan niet anders schrijven dan ik schrijf. En dat is al vanaf mijn vroegste jeugd op Sint Pieter in Maastricht, waar de dirigent van de harmonie en mijn vader me vlak na de oorlog een beetje wegwijs maakten op de trompet. Er was toen geen oefenmateriaal. Nadat ik de eerste noten had leren spelen, schreef ik mijn eigen etudes. Met 18 jaar kwam ik in het Brabants Orkest en maakte daar ook kennis met de nieuwste werken, die tijdens het Gaudeamus-festival in première gingen. Ik dacht toen bij mezelf: ‘Goh, dat kan ik ook’.  Met behulp van de summiere informatie over twaalftoonsmuziek uit XYZ der muziek van Höweler heb ik mijn Vijf orkeststukken opus 1, 1959 geschreven in dat idioom. Dat stuk werd door de internationale jury uit de vele inzendingen geselecteerd voor uitvoering. Daarna heb ik compositielessen gevolgd bij Louis Toebosch, Anton Maessen, Kees van Baaren en bij Klaus Huber in Basel. Het bestuderen van de twaalftoonstechniek bij o.a. Boulez en Stockhausen heeft me heel erg geïnspireerd, maar dan heel vaak tot het tegendeel. Je gaat mee in het rationele denken van dat systeem en via een gevecht in jezelf kom je los als een soort vulkaan in je compositie, maar dan vrij van de regels. Uiteindelijk ben ik aan die compositiesystemen allemaal voorbijgegaan, omdat ik wist dat ik mezelf moest vinden. Ik heb mijn eigen taal gevonden.‘

Notities bij de werken van het concertprogramma

 Serenade

‘De Serenade behoort, evenals Divertimento, Notturno, Nachtmuziek, Tafelmuziek, enz. tot het meer gecultiveerde onderhoudende, lichtere genre in de muziek. De titels zeggen niets over de structuur, integendeel, de vormen van deze composities zijn vrij en de verschillen ook bijzonder groot. Van deze vrijheden heb ik gebruik gemaakt. De Serenade heb ik gecomponeerd voor de 65ste verjaardag van Zsuzsa en is bedoeld als musique pour faire plaisir…

Voor Sophie

Het werk is opgedragen aan kleindochter Sophie bij haar geboorte. De soundtracks zijn een soort nieuw kamermuzikaal ensemble met een eigen klank, dat toegevoegd wordt aan de vioolklank. De tracks zijn volledig uitgecomponeerd. De afstemming in timing tussen viool en opgenomen geluiden vraagt uiterste precisie.

 Sonate Soiron

In 2015 vroegen Doris Hochscheid en Frans van Ruth aan Jo een compositie te schrijven voor het openingsconcert van hun festival ‘Batta & Co’ rondom Maastrichtse componisten.
De idee was dat objecten uit de Bonhomme Thielens Collectie, die in het Museum aan het Vrijthof ten toon gesteld zijn, het uitgangspunt zouden vormen. Niet in de zin dat ze muzikaal uitgebeeld zouden worden, maar door te zoeken naar een vorm waarin hun ziel, de wereld achter hen, kon spreken. De componist wandelde enige malen door de collectie, waarna hij steevast een kopje cappuccino dronk in het Grand Café ‘Soiron’ om het geheel op zich te laten inwerken.
In diezelfde tijd las Van den Booren het boek Die schrecklichen Kinder der Neuzeit van de Duitse filosoof Peter Sloterdijk. Deze beschrijft hoe na het breekpunt van de Franse revolutie de idee van continuïteit moest wijken voor de mens die voortaan de wereld wilde veranderen, voor een ‘Philosophie der Praxis’. Tegelijkertijd ontwikkelde de burgerij een ‘vrijelijk zwevende’ filosofie van esthetisering, schijnbaar onafhankelijk en aldus continuïteit suggererend. Die filosofie vindt onder meer vorm in objecten, die bij nadere beschouwing heel fragiel kunnen zijn. In de compositie vervullen stijlcitaten een suggestieve rol. Ondergaat zij zelf ook een soort breekpunt?

De première van het werk vond plaats op 6 november 2015.

Divine love

Divine love bestaat uit twee liederen, die de componist heeft geschreven in opdracht van het  Internationaal Vocalisten Concours in Den Bosch in 1994. De zangeres Irene Maessen won destijds tijdens dit concours met haar vertolking van de liederen de Prijs Nederlandse Muziek.

Voor Sophie

Het werk is opgedragen aan kleindochter Sophie bij haar geboorte. De soundtracks zijn een soort nieuw kamermuzikaal ensemble met een eigen klank, dat toegevoegd wordt aan de vioolklank. De tracks zijn volledig uitgecomponeerd. De afstemming in timing tussen viool en opgenomen geluiden vraagt uiterste precisie.

 

 Meine Mutter

Het lied Meine Mutter is het eerste deel van Mein blaues Klavier, een cyclus in wording. De tekst is van de Joodse dichteres Else Lasker-Schüler. Het lied gaat vandaag in première.

 Sonate No. 2

De Sonate is geschreven voor Borika van den Booren. Zij heeft het werk vaak uitgevoerd als Sonate in de versie voor viool en piano of als Concert in de versie voor viool en strijkorkest. Het werk is in bepaalde toonsoorten gecomponeerd, maar de noten zwieren bijna vrij door de klankruimte om af en toe terug te komen in de voorgeschreven toonsoort. De vaste voortekens hebben niet zo veel in te brengen, vergelijkbaar met de praktijk in de werken van Sjostakovitsch, waar ook voortdurend van de voorgeschreven toonsoort afgeweken wordt.

 Tot slot een bekentenis

‘Terwijl ik componeer en bezig ben met maat en tijd, bevind ik me, vooral bij mystieke composities -zoals de drie koorwerken op drie diepzinnige gedichten van San Juan de la Cruz, of de Johannes Passion voor solisten, koor en orkest of Divine Love voor stem en piano –

in een tijdloos, gelukkig, creatief, zuiver bewust zijn,

waar de muziek reeds aanwezig is

en ik alleen maar open en spontaan ontvang.

Nou ja, dit is misschien toch wat te ver af van de realiteit, maar zonder onschuld kan ik niet componeren.

Alhoewel ik Peter Sloterdijk, de belangrijkste hedendaagse  filosoof bijna dagelijks lees en ik me door zijn rationele analyses gesterkt voel om het leven weer aan te kunnen, blijft de muziek, niet alleen bij het componeren maar ook bij het beluisteren van de werken van al die grote, geweldige componisten die onze cultuur heeft voort gebracht, voor mij een diepe mystieke beleving.

 

Ben ik nu een filosofisch of een mystiek componist?

 

Ik ben die ik ben,

Gewoon met de naam,

die ik gekregen heb van mijn ouders,

Jo van den Booren,

23 september 2017’

Teksten

Meine Mutter

Es brennt die Kerze auf meinen Tisch
Für meine Mutter die ganze Nacht-
Für meine Mutter…

Mein Herz brennt unter dem Schulterblatt
Die ganze Nacht
Für meine Mutter…

Tekst: Else Lasker-Schüler (1869-1945)
uit : Mein blaues Klavier (Jerusalem 1943)

Divine Love

  1. Lament

Why did you leave me LORD,
after pouring Your Love into my heart?
You have deserted me, O trickery one,
After setting both of us afire
After boarding love’s boat,
You have left it afloat in the stormy sea of sorrow.
My LOVABLE LORD, when will You meet me?
Mira can never do, without You.

  1. All roads clogged

All sorts of roads are clogged
Where shall I go to meet my LORD?
Harassing and slithery is the trail,
My feet find no grip.
With care and consideration I make each move,
But time and again, I flounder and fall.
Sheer is the track to my precious Housing,
I am growing so week to reach it.
All sorts of roads are closed,
Where shall I go to meet my LORD?
Far is the Housing of my Beloved,
The path is winding, untrod’
My heart pounding at every move.
At every bend stand watches to check me;
At each move raiders in ambush wait.
GOD, what an heartless world have You wought!
In that barren land You did make me dwelling.
And all the roads are clogged,
Where shall I go to meet my LORD?
The perfect Master has unveiled Mira’s LORD to her.
Mira, removed since eternity,
He guided me back Home.

Tekst: Jo van den Booren, geïnspireerd door
gedichten van Mira Bai (1498-1547), India

Musici

Borika van den Booren

Borika van den Booren is sinds 1998 eerste violiste bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Haar eerste vioollessen kreeg ze op zesjarige leeftijd van de Hongaarse vioolpedagoog László Révész. Toen ze elf jaar was werd Borika leerlinge van Davina van Wely aan het Conservatorium van Amsterdam. Ze vervolgde haar studie bij Ilya Grubert aan het Rotterdams Conservatorium en volgde masterclasses bij o.a. Zinaida Gilels en Pavel Vernikov. Ze won verschillende prestigieuze prijzen en ontving uit handen van Pierre Audi de cultuurprijs ‘de Belofte’.

Al op jonge leeftijd soleerde Borika met o.a. de Berliner Symphoniker, Het Brabants Orkest, het Noord Nederlands Orkest, het Radio Filharmonisch Orkest, het Radio Symfonieorkest van Boedapest, het Concertgebouw Kamerorkest, het Praags Symfonie Orkest en het Kiev Kamerorkest onder leiding van dirigenten als Reinbert de Leeuw, Iván Fischer, Eduardo Marturet, Alun Francis en Árpád Joo.

Borika van den Booren was concertmeester van het Aquarius Ensemble voor hedendaagse muziek en speelde vele solo- en kamermuziekwerken van haar vader Jo van den Booren. Op cd verschenen onder meer haar uitvoering van Brahms’ Vioolconcert met de Berliner Symphoniker, en vioolconcerten van Bach, Tsjaikovski en Dvořák. Ze gaf talloze recitals, kamermuziekconcerten en masterclasses in Europa, Azië en Zuid-Amerika.

Borika heeft een viool van Nicolas Lupot in bruikleen, gebouwd rond 1780, geschonken aan de Stichting Donateurs Koninklijk Concertgebouworkest door een particuliere donateur.

Claudia Couwenbergh

Claudia Couwenbergh studeerde aan het Maastrichts Conservatorium bij Ingrid Kappelle en Barbara Schlick en nam deel aan de operaklas. Momenteel wordt zij gecoacht door zangpedagoge Gemma Visser. Ze volgde diverse masterclasses bij o.a. Elly Ameling, Rudolf Jansen, Roberta Alexander, Rudolf Piernay en Semyon Skigin, oude muziek bij Kai Wessel en Konrad Junghänel en werkte met Willy Decker in de Jekerstudio te Maastricht.

Claudia zong o.a. de rol van Fiordiligi uit Mozarts “Cosi fan tutte”, Erste Dame en Pamina uit Die Zauberflöte, Rosalinde uit Fledermaus, Micaëla uit Carmen, Belinda uit Dido & Aeneas en Monica uit The Medium en speelde de rol van Buhlschaft in het toneelstuk Jedermann.

Ze zong onder andere met de Wiener Akademie, Florilegium Musicum, Orchester der Beethovenhalle, Bochumer Symphoniker, Noord Nederlands Orkest, Limburgs Symfonie Orkest, Barockorchester L’arpa festante (München), Kölner Barockorchester, Orchestre Paul Kuentz (Parijs), Collegium Ad Mosam, Philharmonie Zuidnederland. En werkte met dirigenten als Reinbert de Leeuw, Paul Goodwin, Martin Haselböck, Martin Sieghart, Stefan Vladar, Ed Spanjaard, Hans Leenders, Dmitri Jurowski, Ivo Venkov, Helmut Müller-Brühl, Jos Vermunt.

Naast het opera en concertrepertoire, heeft zij een grote liefde voor het lied en moderne composities. Dit leidde o.a. tot een concert in het geboortehuis van J.S. Bach te Eisenach, twee liedrecitals te Dubai en had ze de eer in 2004 een liedprogramma te presenteren voor Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden.

Doris Hochscheid

De celliste Doris Hochscheid studeerde af met onderscheiding bij Dmitrij Ferschtman in Amsterdam en volgde daarna lessen bij Melissa Phelps in Londen en bij Philippe Muller in Parijs. Tot tweemaal toe werd zij onderscheiden met de ‘Prize for an outstanding cellist’ tijdens het Tanglewood Festival in de Verenigde Staten.
Bij Asko|Schönberg, waarvan zij sinds 1996 lid is, soleerde zij verschillende keren, onder andere in het Celloconcert van Ligeti en in de wereldpremières van voor haar geschreven celloconcerten van Dimitri Andrikopoulos, Martijn Padding, Chiel Meijering en Seung-Won Oh. Zij trad op in binnen- en buitenland en maakte een groot aantal cd’s. Zij maakt deel uit van The Stolz Quartet, waarmee zij onder andere de succesvolle muziektheaterproductie ‘A love Unsung’ op vele podia uitvoerde.

Frans van Ruth

Aanvankelijk leerling van pianist-componist Hans Osieck, studeerde Frans van Ruth piano en kamermuziek bij Herman Uhlhorn en Eli Goren aam het Utrechts Conservatorium. Tevens studeerde hij literatuur aan de Universiteiten van Utrecht en Parijs. Tijdens de Hugo Wolf Wettbewerb 1987 won hij een speciale liedbegeleidersprijs. In 1995 was hij mede-oprichter van de Leo Smit Stichting en tot 2004 co-programmeur en pianist van de door die stichting georganiseerde concerten. In 2007 richtte hij met Doris Hochscheid de Stichting Cellosonate Nederland op om daarin hun activiteiten op het gebied van Nederlandse muziek onder te brengen. Zes cd’s met Nederlandse cellosonates uit de periode 1900-1950 werden in binnen- en buitenland bekroond. Voor hun Albumproject schreven 30 Nederlandse componisten korte duostukken voor de doelgroep kinderen en minder jonge amateurs. In 2011 was hij co-redacteur van de nieuwe, tekstkritische uitgave van het volledige liedoeuvre van Leander Schlegel. Frans van Ruth is docent kamermuziek en liedinterpretatie aan het Conservatorium van Amsterdam

Kasper Schonewille

Kasper Schonewille is een Limburgse pianist die veelvuldig optreedt. Hij nam deel aan talrijke concoursen en kwam daarbij herhaaldelijk als prijswinnaar tevoorschijn. Bij o.a. het Prinses Christina concours in Maastricht en de Pianodriedaagse in Rotterdam won hij de hoofdprijs. Ook mocht hij optreden in het Concertgebouw van Amsterdam tijdens de Radio 4 uitzending: ‘Spiegelzaal’ en in De Doelen in Rotterdam.

Van jongs af aan werd hij intensief gecoached door de bekende pianopedagoog Bernd Brackman uit Haarlem. In 2015 studeerde Kasper cum laude af aan het Conservatorium van Maastricht bij Jeroen Riemsdijk. Ook volgde hij verschillende masterclasses bij o.a. Wibi Soerjadi en Jan Wijn.

Kasper is ook als kamermusicus veelvuldig actief. Zo heeft hij mogen optreden met het Amati ensemble en won hij in Padua tijdens het ‘Premio Citta’ concours een eerste prijs in de categorie kamermuziek. Onlangs gaf hij samen met zijn Etereo Trio concerten in Roemenië en Bangkok.

Momenteel studeert Kasper voor zijn Masterstudie bij Paolo Giacometti aan de Robert Schumann Hochschule in Düsseldorf.  Sinds april 2014 speelt hij op een Steinway & Sons vleugel model B uit 2004 ter beschikking gesteld door het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds.

Plaquette onthulling

Na dit concert is er om 16.45 uur in het geboortehuis van Jo van den Booren, Café Den Dolhaart aan de Mergelweg 332 te Maastricht, de onthulling van een plaquette ter ere van de componist.

Borika van den Booren, violiste van het Concertgebouworkest en dochter van Jo, zal spreken en haar kinderen zullen de plaquette onthullen.

Blokfluitensemble Lunet (Eveline Arnold, Hanna Gründer, Susan Houtman, Hanne Marie Janse, Mathieu Vermeulen) speelt hierbij het werk Arcadië II op. 171 (2010), dat door de componist aan het ensemble is opgedragen.

 

 

 

 

Ondersteuning

 

Dit concert kan mede gerealiseerd worden dankzij een belangrijke particuliere donatie.

 

De Stichting Maastrichtse Componisten bedankt het Elisabeth Strouven Fonds voor de opname van onze stichting binnen het pijlerprogramma van haar stichting. Deze financiële ondersteuning geeft ons vertrouwen en creatieve ruimte. Meer informatie: www.elisabethstrouvenfonds.nl

 

Graag komt de Stichting Maastrichtse Componisten in contact met mensen die ons initiatief een warm hart toedragen en willen steunen. Neemt u hiervoor contact op met ons secretariaat info@maastrichtsecomponisten.eu. U kunt ons steunen door Sponsor of Begunstiger te worden of te kiezen voor het Mestreechter Steerke voor 10 euro.

 

 

 

Programmaboekje: Mathieu Vermeulen