Robert Heppener

heppener

Geboren: Amsterdam,  9 Augustus 1925
Overleden: Bergen, 25 augustus 2009

 

Levensloop
Robert (“Bob”) Heppener studeerde vanaf 1943 piano in Amsterdam bij Jan Odé en Johan van den Boogert. Na het behalen van zijn piano-diploma begint hij in 1947 zijn studie compositie bij Bertus van Lier, bij wie hij ook in psychoanalyse ging, onder supervisie van een psychiater.

Op 5 juni 1952 gaat Heppeners “Cantico delle Creature di San Francesco d’Assisi” voor hoge stem, harp en strijkorkest in première. In 1960 wordt Heppener pianodocent aan de Muziekschool Rotterdam en doceert later ook theoretische vakken. In 1964 stapt hij over naar Amsterdam en wordt docent theorie en compositie aan het toenmalige Amsterdams Muzieklyceum. In 1975 neemt hij afscheid als hoofd Theorie en adjunct-directeur van het intussen gevormde Sweelinck Conservatorium.

Tussen 1977 en 1984 componeerde Heppener niet, naar eigen zeggen door naweeën van de fusieperikelen tussen het Amsterdams Muzieklyceum, Haarlemse Muziekschool en het Amsterdams Conservatorium. Ook problemen bij muziekuitgeverij Donemus, waar hij bestuurslid was, speelden daarbij een rol.

In 1980 wordt Robert Heppener compositiedocent aan het Maastrichts Conservatorium. Hij verhuist naar Zuid-Limburg (Vijlen). In 1984 laat hij voor het eerst weer een compositie het licht zien, het monumentale “Memento”, geschreven voor de sopraan Jane Manning en het Nieuw Ensemble onder leiding van zijn voormalige leerling Ed Spanjaard.

In 1988 componeert Heppener het orkestwerk “Boog” ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van het Koninklijk Concertgebouworkest.

Heppener ontving diverse prijzen (zie onderstaand), met als belangrijkste in 1996 de Johan Wagenaar-prijs voor zijn gehele oeuvre. Wat de jury van deze prijs vooral aansprak, is dat Heppener “al veertig jaar zonder zich om de heersende trends te bekommeren tot de interessantste componisten van Nederland kan worden gerekend”.

Heppener overlijdt op 84-jarige leeftijd op 25 augustus 2009 in Bergen.

Werken
Heppener schreef werken voor verschillende bezettingen.

Voor symfonieorkest onder andere:

  • Symfonie (1952)
  • Derivazioni (1958)
  • Eglogues (1963, voor het Nederlands Studenten Orkest).
  • Air et sonneries (1969)
  • Muziek voor straten en pleinen (1970)
  • Boog (1988, voor het honderdjarig bestaan van het Koninklijk Concertgebouworkest)

Werken voor solo-zangstem, onder andere

Voor koor a capella onder andere:

  • Canti carnascialeschi (1966)
  • Del iubilo del core che esce in voce (1974)
  • Nachklänge (1977)
  • Bruchstücke eines alten Textes (1990)

Verder schreef hij kamermuziek, toneelmuziek en filmmuziek.

Prijzen
De Fontein Tuynhoutprijs voor Canti carnascialeschi in 1969.

De Willem Pijperprijs in 1974, toegekend voor Four songs on poems by Ezra Pound (1970).

De Matthijs Vermeulenprijs in 1993 voor Im Gestein (1992).

De Johan Wagenaarprijs in 1996 voor het gehele oeuvre.

De ANV-Visser Neerlandia-prijs in 2000.

Meer informatie
Op Youtube zijn veel opnames van de muziek van Robert Heppener te zien en te horen.

Een interview met Robert Heppener is te lezen in:  Erik Voermans: “Van Andriessen tot Zappa”. Amsterdam 2016, pag. 232-236.

Inleiding Robert Heppener en de muzikale intuïtie bij Hommage concert Maastricht, oktober 2010

als pdf bijlage bij dit artikel.

Weblinks:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Robert_Heppener

https://www.opusklassiek.nl/componisten/mbheppener.htm  (een essay van Maarten Brandt over het werk van Robert Heppener, naar aanleiding van diens overlijden in 2009).

Bijlagen:

Robert Heppener en de muzikale intuïtie

Hommage Robert Heppener 1925 – 2009